Homofobie bij De Vooravond – de nabeschouwing

Als typische millennial kijk ik vrijwel nooit tv. Tenzij ik weet dat er iets bijzonders staat te gebeuren. Dit was het geval afgelopen donderdag. In televisieprogramma De Vooravond zou namelijk gepraat worden over homofobie in het voetbal. De laatste keer dat dit thema aan de kaak werd gesteld stond het hele land op met #SorryJohan. Gaat deze uitzending hetzelfde effect hebben?

Aan tafel zitten de uiterst sympathieke profvoetballer Bart Vriends en sportverslaggever van het eerste uur Frank Evenblij. De wedstrijd is nog niet eens begonnen of er moet al even quasi-mannelijk worden vastgesteld dat Bart Vriends hier is om te praten over voetbal, en niet, zoals co-host Renze zegt, om “zelf uit de kast te komen”. Fijn dat dit is recht gezet.

Aan het begin van de eerste helft geven zowel Vriends als Evenblij aan het bizar te vinden dat wederom twee hetero’s hierover moeten praten in plaats van dat er een homo uit de voetballerij aan tafel zit. En dan maakt Frank wederom het grapje: “Tenzij Bart toch nog zou willen.”

Vervolgens wordt er door co-host Fidan een fragment gestart waarin te zien is hoe een heel team voetbalspelers wegloopt uit een wedstrijd omdat er sprake is van homofobie op het veld. Evenblij merkt meteen op dat dit wel “heel progessief is voor Amerika.” Dat brengt de bal weer aan het rollen. Vriends vraagt zich hardop af of de voetbalwereld wel open staat voor homoseksuele voetballers. Om deze vraag vervolgens zelf te beantwoorden met het statement dat hij en andere (heteroseksuele?) voetballers een podcast maken en samen tot de conclusie zijn gekomen dat de kleedkamer het probleem niet is. Vriends geeft in dezelfde monoloog toe zich ook schuldig te maken aan uitspraken als “ga niet als een homo dat duel in” en “speel niet een gay bal in”.

De tot dan toe stille tafelgast Haroon Ali, journalist en zelf homoseksueel, neemt het woord. “Als homoseksuele voetballer is het al ongelofelijk zwaar om uit de kast te komen in die wereld (…). Het woord homo is een scheldwoord op zich. Als je dat de hele tijd naar je kop krijgt (…)”. De kans deze zin af te maken krijgt hij niet. Ineens lijkt het de heteroheren iets te heet onder de voeten te worden. Spontaan wordt geopperd door Evenblij dat homofobe uitspraken “zonder slechte intenties waarschijnlijk, hè?” worden gedaan. “Laat dat voorop staan”, aldus Frank.

Maar hij had niet op de kopbal van Ekiz gerekend. Op de man af vraagt ze aan Bart: “Ga jij dit gesprek aan met je team?” Vriends aarzelt. “Nou ja, dat is heel ingewikkeld. Het juiste antwoord zou natuurlijk zijn: ‘Ja dat moeten we doen’. Maar die cultuur is vrij hardnekkig. Het is supermannelijk en we gaan er allemaal van uit met elkaar dat we allemaal heteromannen onder elkaar zijn omdat er niet is uitgesproken dat er een of twee zouden kunnen zijn die op mannen kunnen vallen. Dus het is vrij hardnekkig om uit die cultuur te breken.”

Supermannelijk. Dat is mijn nieuwe woord van de week.

Vriends brengt de bal terug bij de homo’s in het voetbal: “Gelukkig zijn er kanalen waar worstelende spelers terecht kunnen.” Evenblij vult aan: “De Johan Blankensteinfoundation maakt zich hier heel erg hard voor.” Zou het toeval zijn dat op het moment dat beide heren moeten toegeven onderdeel van het probleem te zijn het probleem door hen wordt geminimaliseerd?

Nog één keer doet Haroon een verwoede poging om de bal neer te leggen waar hij hoort: “Het gaat er niet om dat homoseksuele spelers dapper genoeg zijn om uit de kast te komen. Het gaat om de mannelijke wereld eromheen.” Maar Vriends is niet van plan om zijn strategie op te geven. Volgens hem is homofobie slechts de eerste reactie. “Maar als je doorvraagt dan blijkt het allemaal wel mee te vallen.” Even voor de duidelijkheid: dit is dus iemand die zelf geen homo is, die geen homo’s kent in het voetbal en zelf homofoob gedrag heeft laten zien zonder daarvoor verantwoordelijkheid te willen nemen. Wat een opluchting dat hij vindt dat het allemaal wel meevalt.

En daarmee heeft dit spel zijn climax bereikt. Renze concludeert: “Laten we hopen dat we hier over een tijdje zitten en dan een betere conclusie kunnen trekken”.

Wat een slap gelul. De mannen uit de voetbalwereld hebben inderdaad aan tafel gezeten om homofobie aan te kaarten. Maar daarmee is ook alles gezegd. Er is geen enkele aanleiding om te verwachten dat voetballers kritisch naar zichzelf kijken, of hun collega’s aanspreken op homofoob gedrag. Stelletje schijthetero’s.

De enige troost is nog dat heel Nederland dit ongemakkelijke theater gezien heeft. Misschien is dat op lange termijn genoeg om de fragiele mannencultuur in het voetbal aan te pakken. Maar tot die tijd kan ik het niet anders zeggen: dit gesprek over homofobie bij De Vooravond valt zonder enige twijfel in de categorie makkelijk scoren.

Categorie:

Tags:

Meest recente berichten
Dialoog

Heb je iets gelezen dat je interesseert? Ik ga graag met je in gesprek. Klik op onderstaande button voor mijn contactgegevens en social media.